Naar de inhoud

HandsSee

Delen
Taal: Nederlands

Hoeveel uitleg

Er is altijd uitleg nodig bij tactiele tekeningen. Lijnen, texturen en vormen moeten betekenis krijgen. Vaak is het nodig de ‘vingers te leiden’, zodat de lezer weet of hij/zij de juiste plek heeft geïdentificeerd. En er moet vaak verteld worden, wat de lezer zich erbij moet voorstellen (welk materiaal, welke kleur, welke details zijn weggelaten, e.d.).

Maar hoeveel uitleg is nodig? Dat hangt enerzijds af van de voorkennis en leeservaring (met het lezen van tactiele tekeningen) van de lezer(sgroep), anderzijds van het soort tekening.

Hoe meer verschillende betekenissen lijnen en vormen kunnen hebben, des te meer uitleg is nodig. Hoe beperkter en begrensder de vormentaal is, des te sneller de lezer het met veel minder uitleg kan stellen.

Ik onderscheid de volgende categorieën, in volgorde van hoeveelheid uitleg die noodzakelijk zal bijven. Per categorie noem ik enkele soorten als voorbeeld. Deze lijst is niet volledig of uitputtend, maar een mooi begin; feedback en suggesties zijn welkom!

1. Tekeningen met beperkt ‘vormenjargon’’.

Naarmate de lezer meer van een bepaald soort tekeningen onder de vingers heeft gehad, is nauwelijks of geen uitleg meer nodig.

Bijvoorbeeld:

Opmerking, voor de goede orde: de lezer moet uiteraard wel kennis van het vakgebied hebben om een soort tactiele tekeningen (bijvoorbeeld bepaalde grafieken) te kunnen begrijpen. Meestal gaat het leren lezen van die soort gelijk op met het leren kennen van het vormenjargon daarvan.

2. Kaarten en plattegronden

Hoewel de vorm van landen, water, enz. sterk kan verschillen, hebben bepaalde soorten kaarten en plattegronden op een bepaalde schaal toch altijd vaste ‘ingrediënten’ en legenda.

Een kaart is echter een stuk sneller te lezen als de lezer weet wat er wel en niet op staat, wat waar ongeveer staat, of er bijvoorbeeld een ‘inzet’ of een ‘noordpijl’ is; en waar de kaart voor dient.

(Over de (on)mogelijkheden om legenda en symbolen te standaardiseren zal ik elders schrijven).

3. Schrift

Je staat er misschien niet altijd bij stil, maar lang niet alle blinde lezers weten hoe letters, cijfers en leestekens worden geschreven. Misschien hebben zij dat ooit geleerd, maar zijn ze inmiddels veel vergeten; "What you don’t use, you loose!”; je zult dus uitleg moeten geven van wat al die lijnen en vormen betekenen.

Ook bij lettertypes, handschrift, schoonschrift, graffiti, logo’s, iconen en/of symbolen, hebben zij vaak geen beeld, evenmin als van tabellen of de 'ruimtelijke' notatie van sommen of de opmaak van een kassabon; in braille werk je niet met een ‘ruimtelijke’, maar met een lineaire notatie.

(Mensen die met Excel hebben leren werken zijn overigens wel bekend met de concepten spreadsheets en tabellen).

4. Infographics

Infographics en andere ‘creatieve’ schema’s zijn vaak complete kunstwerken met veel kleur, tekst en vaak afbeeldingen. Het meest effectief is meestal om de plaatjes en kleur te laten voor wat ze zijn en een goed tekstalternatief te maken. Braille neemt veel plaats in en dat geldt vaak ook voor de afbeeldingen. Dus hoe maak je iets tactiels wat overzicht en strctuur biedt?

Maar als het de bedoeling is dat de lezer weet hoe de infographic eruit ziet of hoe bepaalde onderdelen eruit zien, dan heb je soms veel uitleg nodig en daarbij helpt een tactiel schema met bijvoorbeeld vakken, pijlen en letters (legenda) wel.

5. 3D-onderwerpen

De handen – ook van ziende mensen – begrijpen alleen tekeningen van voorwerpen die hun eigen vormen hebben behouden. Perspectief vertekent: vormen en hoeken en lengtes worden anders. Een rechthoek wordt een ruit of trapezium, een cirkel een ovaal. Dus gebruiken we in tactiele tekeningen altijd aanzichten onder een rechte hoek, met een moeilijke term: ‘orthografische projecties’. Eenvoudiger gezegd: 'silhouetten'.

Ik gebruik een relatief eenvoudige en intuïtieve methode: SIM (Sculpt In the Mind), maar die moet je wel leren en oefenen. De methode werkt met (orthografische) aanzichten: recht van boven, onder, opzij, voor en/of achter. Die zet je in de juiste positie. Daardoor kan de lezer zich een correcte ruimtelijke voorstelling van het object (of dier, enzovoort) vormen én weten welke positie het heeft in de ruimte: staat de cilinder rechtop, of ligt hij?

Is dit eenmaal begrepen dan is over dit aspect geen uitleg meer nodig. Maar vaak ontbreekt bij blinde kinderen en volwassenen die nooit (goed) gezien hebben en die nog weinig leeservaring hebben met dit soort tekeningen de 'voorkennis'. Met name: blind geboren kinderen en volwassenen:

Hoe dan ook: oefening baart kunst en de SIM-methode is superhandig om een hele precieze voorstelling van zaken mogelijk te maken, ook als de werkelijkheid niet kan worden aangeraakt en modellen niet beschikbaar zijn.

Het is belangrijk dat tekenaars, uitleggers én lezers de onderliggende principes van de SIM-methode leren begrijpen en gebruiken; ze moeten 'dezelfde taal' leren spreken.

6. Perspectiefafbeeldingen

Foto’s hebben vrijwel altijd perspectief, evenals veel tekeningen, schilderijen en andere grafische kunst.

Perspectief is ‘next level’! Voor iemand die (gezien heeft en) weet hoe 'zien' en 'tekenen' werken, kan een tactiele afbeelding de beschrijving van bijvoorbeeld de foto ondersteunen. Met name: wat is de compositie, wat staat waar op de foto.

Voor iemand die die onderliggende principes niet kent, zijn zowel de beschrijving van het origineel als de uitleg die betekenis geeft aan de lijnen en vormen in de tactiele tekening, niet goed te begrijpen.

Ik geef daarom workshops aan mensen die nooit gezien hebben en niet geleerd hebben hoe perspectief werkt. Weer iets wat je je misschien niet altijd realiseert: er zijn verschillende manieren om perspectief te tekenen! Die workshops zijn daarom vaak even interessant en verrassend voor ziende begeleiders.

7. Stijlen

En dan het laatste wat veel (ziende) mensen zich niet realiseren: ook zij moeten afbeeldingen leren ‘lezen’. Alleen: dat gaat geleidelijk, ongemerkt, net als het leren herkennen van silhouetten (zie categorie 5). Of het gebeurt tijdens een opleiding (diverse soorten technisch tekenen bijvoorbeeld; niet iedereen kan die lezen!).

Maar in stripverhalen, illustraties, fantasietekeningen, cartoons, prentdrukkunst, enzovoort, worden we als ziende mensen vaak ongemerkt ‘grafisch geletterd’ en raken we thuis in de vormentaal van bepaalde periodes en/of stijlen en/of individuele kunstenaars.

Denk niet dat mensen die nooit gezien hebben daar niet in geïnteresseerd zijn of van kunnen genieten. In Frankrijk loopt op dit moment een project dat technieken, stijlen en kunstenaars van over de hele wereld voor deze blinde mensen die daar alles van willen weten, toegankelijk maakt. Dat moet hen een kader en 'tools' bieden om zich verder in kunst en cultuur te verdiepen.

8. Abstracte kunst

De moeilijkste categorie omdat ‘houvast’ veelal ontbreekt. Beschrijven is vaak lastig en voor een goed begrip is, net als of misschien nog wel meer dan bij kunst met herkenbare voorstellingen, kennis van het, soms zeer individuele en persoonlijk gekleurde, verhaal en de filosofie van de kunstenaar nodig.

Ik vind het fijn als je me laat weten waar je de inhoud of delen van dit artikel citeert of aanhaalt. Vermeld s.v.p.: (c) Dorine in 't Veld, HandsSee.

Voor gebruik van dit artikel in commerciële activiteiten of publicaties heb je mijn toestemming nodig.

Laatst bijgewerkt: 27-10-2026.